colofon

     

opus 1


   



 



Pianoles is de kroon op een gedegen opvoeding, zo vonden mijn ouders. Nadat mijn beide zusters aldus een tobbende pianoleraar op de been hadden gehouden, was het de beurt aan mijn oudere broer. Deze verzette zich tegen de pedagogische leerstellingen en bekwaamde zich naar eigen inzichten op de gitaar. Toen ik een jaar of acht was brak ook voor mij de leerplichtige leeftijd aan. In plaats van de voorgeschreven stof te bestuderen hield ik mij voornamelijk bezig met vrije oefeningen. Dit moet voor de omgeving een kwelling zijn geweest. Nog binnen een jaar werden de lessen gestaakt.

               
   
   
   
   
           


Onder leiding van mijn broer werd ik ingewijd in de grondbeginselen van de elektrische gitaar, een instrument dat onder leeftijdgenoten in hoog aanzien stond en waarvan de glans afstraalde op de bezitter. Wat in de eerste klas van de middelbare school begon als een schoolbandje met tien minuten repertoire, groeide in de daaropvolgende jaren uit tot een avondvullend en oorverdovend programma. Dankzij de populariteit van het betrekkelijk nieuwe fenomeen 'bandje' konden geringe talenten als ik zich in de jaren zestig staande houden. Vanaf mijn dertiende tot mijn negentiende jaar beklom ik podia waarvan de afmetingen mijn prestaties verre overtroffen.

Na deze periode ontwaakte in mij alsnog de begeerte naar enige serieuze vorming. Op de muziekschool heb ik toen ruim een jaar onderwijs ontvangen. Bij het aanschouwen van de klassieke partituren moet ik gedacht hebben 'wat donders, dat kan ik ook' want binnen een halfjaar begon ik zelf te schrijven aan een triosonate voor fluit, viool en cello. Enige leerlingen van de muziekschool waren bereid de partituur als studiemateriaal mee naar huis te nemen. Na verloop van tijd volgde een opvoering in besloten kring. Het resultaat was teleurstellend. Ik weet dit aan de gebrekkige vaardigheden van de leerlingen en de complexiteit van de compositie. Mijn hoop om het meesterwerk ooit nog eens goed uitgevoerd te horen was daarmee vervlogen. Het handschrift verdween naar de zolder om pas te worden weggegooid als de droevige omstandigheden eenmaal daar waren.

Ruim vijfentwintig jaar later valt mij via internet een computerprogramma in de schoot waarmee niet alleen muzieknoten kunnen worden opgetekend maar ook tot leven gewekt via de geluidskaart van de computer. Tot mijn verbazing herbergt de schamele behuizing van mijn PC een compleet symfonie orkest. Ik blijk al jaren samen te wonen met een orkest van ongewone afmetingen. Nadat het jeugdwerkje noot voor noot was ingebracht wachtte mij een tweede verrassing. Ik moest mijn opvatting over de incompetentie van de uitvoerders ernstig herzien. Het probleem was fundamenteler. Om maar vooral oorspronkelijk te zijn had ik destijds gezocht naar onverwachte wendingen en onorthodoxe oplossingen. Wat op papier zo aardig leek bleek eenmaal ten gehore gebracht hoogst onbevredigend. De sonate was gedacht in de barokke stijl en moest uit dien hoofde een hoog meefluitgehalte hebben. Alles wat daaraan kon bijdragen had ik echter zorgvuldig vermeden. De melodielijn leidde nooit naar het verwachtte eindpunt en de intervallen maakte bizarre sprongen.

Door genadeloos herschrijven, schrappen en partijen toe te voegen hoop ik intussen de meeste dwalingen te hebben hersteld. De oorspronkelijke sonate is gaandeweg uitgeroeid tot een concerto grosso voor kamerorkest. Intussen heb ik een professionele synthesizer op de computer aangesloten waardoor het klankbeeld veel aan levensechtheid gewonnen heeft. Wat nu nog niet klinkt kan niet meer verontschuldigd worden. De polsstok reikt eenvoudig niet verder.