colofon

   



opus 4
 


Naast de passie die iedere puber koestert voor de muziek van zijn tijd, ontlook in mijn dertiende levensjaar de liefde voor de jazz. Waar de popmuziek al lang geen hartstochten meer oproept is de liefde voor de jazz gebleven. Door de vele jazz-uitvoeringen van Johann Sebastiaan Bach is daar vrij spoedig een passie voor klassiek bijgekomen. De liaison tussen de swingende jazzimprovisaties en de harmonische hoogstandjes van Bach hebben mij met een blijvende hang naar beide muzieksoorten opgezadeld. Overigens geen ongebruikelijk concubine gezien het vele vreemdgaan van beroemde musici uit beide werelden.
   

 
   
            Kon ik als gebrekkig speler nog wel een enkele etude van Bach uit de piano timmeren, in de jazz heb ik het nooit verder gebracht dan het reproduceren van wat triviale loopjes. Gezeten achter het virtuele pianoklavier op het scherm van de computer kan men echter gerust een uurtje uitstrekken voor het bedenken van een riedeltje van pakweg tien seconden. Een dergelijke voortgang op het podium zou op weinig bijval mogen rekenen. Maar in de beslotenheid van de studeerkamer bieden geduld en uithoudingsvermogen enige compensatie voor het gemis aan praktische handvaardigheid op het instrument zelve.