colofon
 colofon...................biografie...............bibliografie
         


   

Eerste Nederlandstalige Internet biografie Alexandre Dumas

Inleiding
Afstamming
Jeugd
Het begin als toneelschrijver
Het vervolg als romancier
Ballingschap
Terugkeer naar parijs
Reizen
De laatste jaren
Literaire kritiek
Verspreiding
Geraadpleegde literatuur


inleiding


 

Wat voor de Nederlandse schilderkunst de Gouden Eeuw was, is voor de Europese literatuur de negentiende eeuw geweest. In die tijd beleefde het verhalend proza een ongekende bloeiperiode, zowel qua vorm en inhoud, als naar het ontstaan van genres en de mogelijkheden tot massaverspreiding. Maatschappelijke en technische ontwikkelingen hebben daaraan bijgedragen. Grote delen van de bevolking waren intussen de kunst van het lezen machtig, de levensstandaard steeg en nieuwe technieken maakte het drukwerk betaalbaar. Kortom, de lezersmarkt was groter en dynamischer dan ooit. Vrijwel ieder tijdschrift en dagblad publiceerde bij wijze van klantenbindertje een feuilleton. Abonnementen waren nog niet gangbaar. De inkomsten van de dagbladpers kwamen voornamelijk uit de losse verkoop. Iedere aflevering moest daarom aansporen tot de koop van het volgende nummer. De uitgeverijen fungeerden vaak als opdrachtgever van de populaire schrijvers en verlangden romanfeuilletons met een intrigerende en spannende verhaallijn.

 
   

Alexandre Dumas

De negentiende eeuw heeft vele schrijvers voortgebracht die heden ten dage nog tot de wereldliteratuur gerekend
worden en waarvan belangrijke werken ooit als feuilleton het levenslicht aanschouwde (b.v. Charles Dickens, Conon Doyle, Fjodor Dostojefski, Alexandre Dumas, Victor Hugo, en in Nederland Louis Couperus).

Alexandre Dumas is een belangrijke
exponent van de negentiende eeuwse literatuur. Zijn toneelstukken waren vernieuwend, zijn romans in het genre trendsettend en zijn reisbeschrijvingen opzienbarend.

 
    Zijn complete oeuvre bestaat uit meer dan 400 werken: toneelstukken, avonturenromans, historische romans, novellen, reisbeschrijvingen, biografieën en een kookboek. Daarnaast verscheen een onafzienbare reeks causerieën en artikelen van zijn hand (gepubliceerd in o.a. zijn eigen dagblad).  




                           

afstamming


 

De grootvader van Alexandre Dumas, de Franse markies Alexandre Antoine Davy de la Pailleterie, vertrok in 1760 naar het Antilliaanse eiland San Domingo om daar als plantagehouder zijn geluk te beproeven. Uit een verbintenis met de Creoolse slavin Marie Cesette Dumas wordt in 1762 een zoon geboren, Thomas Alexandre.


geboortehuis van Thomas Alexandre

In 1772 sterft Marie Cesette. Enige jaren daarna besluit de markies terug te keren naar Parijs en het Franse hofleven. Het adellijke Parijse leven bevalt de achttienjarige Thomas Alexandre niet, en als zijn vader hertrouwt besluit hij onder de naam van zijn moeder in dienst te treden.


 



         
Thomas Alexandre Dumas
Eenmaal tot
luitenant-kolonel
opgeklommen
treedt
Thomas
Alexandre
Dumas
in het
huwelijk
met
Marie
Louise
Labouret
..................Marie Louise Labouret
   
                  E

 


   





























         

In de loop van de Franse Revolutie wordt hij tot brigadegeneraal bevorderd en dient onder generaal Napoleon. Tijdens een onfortuinlijke reis wordt hij in Italië door de Bourbons gevangen genomen. Na de wapenstilstand in 1801 keert hij terug naar zijn huis in Villers-Cotterêts (een dorpje tussen Parijs en de Belgische grens).




generaal Thomas Alexandre Dumas

Hij leeft in onmin met de inmiddels tot keizer gekroonde Napoleon en keert niet meer terug in actieve dienst. In 1802 wordt zijn zoon Alexandre Dumas geboren. De trotse vader schrijft in een brief aan een vriend: 'gisteren is mijn vrouw in alle vroegte bevallen van een ferme zoon.
Hij weegt negen pond en is achttien duim lang. Wanneer
hij hierbuiten net zo hard groeit als daarbinnen, dan belooft het nog een aardig figuur te worden'. Hij besluit de brief met een postscriptum: 'Ik heb de brief weer geopend om je mede te delen dat de deugniet zojuist over zijn eigen kop heeft gepist. Een goed voorteken, niet waar?'.


...geboortehuis van Alexandre Dumas

   
           
                       



                           
       
                             
jeugd  


Vier jaar later sterft de generaal aan de slopende gevolgen van zijn Italiaanse gevangenschap. Als de kleine Alexander verneemt dat 'God zijn vader tot zich heeft genomen' grijpt hij een geweer dat tweemaal zo lang is als hij zelf en beklimt de huistrap, op weg naar de hemel om zijn vader te wreken.

Alexandre Dumas groeit op bij zijn moeder in het landelijke Villers-Cotterêts en brengt veel tijd door in de vrije natuur. In zijn memoires beschrijft hij zijn gelukkige jeugd en verhaalt over zijn passie voor lezen: 'Mijn leeslust leverde mij meer trappen onder de kont op dan lovende woorden'. Na een onvoltooide schoolperiode ontvangt hij verder onderwijs van een bevriend geestelijke en de dorpsonderwijzer in latijn, Italiaans, wiskunde en schoonschrijven.

   
           



Handschrift van Dumas    
 
 
 
 
 
           



         
     


Op zestienjarige leeftijd wordt hij aangenomen als notarisklerk, maar via een rondreizend toneelgezelschap maakt hij kennis met de werken van Shakespeare en raakt daarvan zo onder de indruk dat hij besluit dramaturg te worden.

   
         
       


Met enkele vrienden ensceneert hij in het dorp toneelvoorstellingen en brengt zijn eerste probeersels op de planken. In de jaren 1820-1821 schrijft hij samen met Adolph de
Leuven enige toneelstukken. Na een kort bezoek aan Parijs komt hij tot de conclusie dat daar zijn toekomst ligt.


   
                       




                           





   

het
begin als
toneelschrijver

 
   
    In 1823 verhuist hij naar
Parijs en vindt een betrekking
als schrijver op het secretariaat van
Louis-Philippe , hertog
van Orléans.
Zijn dagelijkse
arbeidstaken verricht hij
in hoog tempo, de rest van de
dag besteedt hij aan
toneelschrijven, het lezen van Walter Scott
en Byron, of vertoeft achter de
coulissen van de
Comédie Français.

In 1823 schenkt zijn eerste maîtresse
Catherine Labay hem een zoon die
later als romancier in de voetsporen van
zijn vader zal treden
(Alexandre Dumas Fils).


   


   


Catherine
Labay



Alexandre
Dumas
père
27 jaar



 


Alexandre
Dumas
Fils
   
     
Na een gestrande poging
met Christine, een toneelstuk
over de Zweedse koningin in
ballingschap,
lukt het hem in 1827 eindelijk op
het grote toneel te debuteren.
De Comédie Français,
die zich tot dan toe alleen bezig hield
met de uitvoering van klassieke
drama's, brengt zijn stuk
'Henri III' op de planken.
Het stuk brengt op beeldende wijze
een historisch thema voor het
voetlicht: moord- en doodslag aan
het hof van Henri III.
Een werk dat qua vorm radicaal
breekt met de toneeltraditie
en in Frankrijk het begin inluidt van
een nieuwe beweging, het
realistisch-toneel.

   
   
    De duitse dichter
Johann Wolfgang von
Goethe woont in 1831
een voorstelling bij
van Henri III
en merkt op: 'het stuk is
voortreffelijk, maar onder mijn
directie had ik het
niet gewaagd het op
te voeren'.
   
   
                     
           
Vader en dochter in 1864
  In deze tijd ontmoet Dumas
de actrice
Belle Kreilssamner.
Zij verzoekt hem om een
engagement in
een van zijn theaterstukken,
maar verkrijgt slechts
een verhouding.
Uit de kortstondige relatie
wordt een dochter
geboren, Marie Alexandre
Dumas (1831-1880)
   
     


Marie Alexandre verwierf tijdens haar leven enige
reputatie in de Kunst en de Letteren. Zij schreef verscheidene romans, waarvan er tenminste één in Nederland is verschenen: De Boeteling (Au lit de mort, 1867).




De Boeteling van Alexandre Dumas Fille
   



 
                               
 

Met het succes van 'Henri III' is de
naam Dumas in één klap
gevestigd. Door het financiële succes
kan hij breken met zijn
dienstbetrekking en leven van de
letteren. Het artistieke
succes maakt hem gevierd in
kunstenaarskringen, gefêteerd
door de maatschappelijke
bovenlaag en verafgood
door het publiek. Intussen
rebelleerde het Parijse
volk tegen koning Karel X.
Dumas mengt zich onder
de oproerlingen. Deze
herkennen hem en
vragen wat ze doen
moeten: 'Barricades
opwerpen' antwoordt
hij 'dat is zo de traditie'.
Op een cruciaal moment
weet Dumas zich meester
te maken van de
munitievoorraad van de
Nationale Garde en
beïnvloedt daarmee
het verloop van de opstand.
Ten slotte eindigt de republikeinse revolutie met het
op de troon zetten van de nieuwe 'burgerkoning', de hertog van Orléans.

   
                               
           

Na Henri III volgt een stroom van toneelstukken die heteerste succes zo mogelijk nog overtreffen. Het eigentijdse sociale drama Antony beleefde in 1831 meer dan 130 opvoeringen, een unicum voor die tijd. Een jaar later verschijnt La Tour de Nesle, dat hij samen met Gailardet schrijft. Het stuk, dat twee jaar lang op de bühne staat, speelt in de Middeleeuwen en verhaald van verschrikkelijke misdaden en een dramatische ontknoping aan het Franse hof van Lodewijk X.

Het in 1836 verschenen drama Kean beschrijft de lotgevallen van een tragische acteur. Dit werk wordt in 1990 opnieuw tot leven gewekt in een bewerking van Jean-Paul Sartre.

Voor het overige zijn de honderden toneelstukken van Dumas in de vergetelheid geraakt. In zijn proza leeft hij echter voort.

   
                                 

                               
                                 

......het
......vervolg
......als
......romancier

 

In de loop van de jaren dertig begint
het theater iets
van zijn magie te verliezen
en komt de literaire
feuilleton sterk in opmars
waarmee een massapubliek
wordt bereikt.
Dumas verlegt het accent
naar de romankunst en
wordt een belangrijke
vertegenwoordiger van de
Romantiek. Hij schrijft meeslepend
en ontpopt zich als een
meester van de dialoog.

   
            Heinrich Heine zou later in een brief aan Dumas schrijven: 'Sinds zes jaren ben ik bedlegerig. Op het hoogtepunt van mijn ziekte, wanneer ik de grootste kwellingen ondervond, las mijn vrouw voor uit uw romans. Dat was het enige dat mij de pijn kon doen vergeten'. Heine beschouwde Dumas na Cervantes en Sheherezade als de meest onderhoudende verteller aller tijden.

Maar ook voor de meer serieuze geschiedschrijving bezit Dumas talent, ook al neemt hij het met de feiten niet altijd even nauw. Zijn parool luidde: 'Het is toegestaan dat men de geschiedenis verkracht, als zij maar een kind baart'. Niettemin is de legendarische historicus Augustin Thierry vol lof over Gaule et France, een geschiedkundig werk uit 1833. Een andere geschiedenisautoriteit, Michelot, roept uit: 'Dumas, ik heb u lief en bewonder u, ik rangschik u onder de natuurkrachten'.

Tot 1840 schrijft Dumas zijn romans alleen. De belangrijkste werken tot die tijd zijn Acte, Le Capitaine Paul, Aventures de John Davys, Le Capitaine Pamphile, Maitre Adam en Othon l'Archer.


   
                                     


In 1840
vinden twee
belangrijke
gebeurtenissen
plaats, hij
treedt in het
huwelijk met de
actrice Ida Ferrier
en hij besluit
tot een
artistieke
verbintenis met
Auguste Maquet,
een jonge
geschiedenisleraar
met literaire
aspiraties.

Ida Ferrier

Auguste Maquet
       
           
      Maquet doet het historische researchwerk, ontwerpt ruwe schetsen of levert zelfs complete manuscripten aan. Dumas tovert het monnikenwerk om tot onsterfelijke boeken als

Les Trois Mousquetaires (1844)
Le Comte de Monte Cristo (1844-1845)
en de trilogie:
La Reine Margot (1845)
La Dame Moncoreau (1846)
Les quarante cinq (1848)

Er breekt een periode aan die de meest productieve en succesvolle episode van zijn carrière zal worden.


     
           


De Graaf van Monte Cristo is geïnspireerd
op een ware gebeurtenis, opgetekend uit de Parijse politie archieven. Het verhaalt van een onschuldig slachtoffer dat, na een miraculeuze ontsnapping uit de gevangenis, op bloedstollende en beklemmende wijze wraak neemt op al degenen die zijn noodlot hebben bewerkstelligd. Een wraakoefening die tientallen jaren in beslag neemt en zelfs tot in het nageslacht wordt doorgevoerd.

     
           
oorspronkelijke memoires van
D'Atagnan, 1704
Het thema van De drie Musketiers ontleent hij aan de in 1704 te
Amsterdam verschenen memoires van d'Artagnan, een Frans musketier die bij de slag om Maastricht om het leven komt. Het boek is een avonturenroman tegen de achtergrond van politieke en persoonlijke intriges van Lodewijk XIII, Anna van Oostenrijk, Richelieu, Mazarin en vele anderen.
     
           
De historische romantrilogie behandelt de massamoord van Catherina de Medici op de Franse Hugenoten, de intriges ten tijde van Hendrik III en de waak op de Hertog van Anjou.
     
         


                               


ballingschap

 


Inmiddels is het politieke klimaat weer onrustig

geworden en breekt een nieuwe revolutie
uit waarbij Louis-Philippe, wordt
afgezet. Dumas laat zich
opnieuw niet onbetuigd en roept
het politieke tijdschrift 'Mois' in het leven. Hij
trekt het land door met republikeinse
verkiezingstoespraken. De opstand wordt
beslecht in het voordeel van de monarchie waarbij
de pas gekozen president Lodewijk-Napoleon
(neef van Napoleon I)
tot keizer Napoleon III wordt uitgeroepen .
De republikein Dumas acht het raadzaam in
ballingschap te gaan. Dit besluit
wordt verhaast (of misschien ingegeven)
door een dreigend bankroet. Door ijlings naar
België af te reizen hoopt hij zijn
schuldeisers te ontlopen. Samen met
andere politieke vluchtelingen, waaronder zijn vriend
Victor Hugo, verblijft hij
van 1851 tot ver in 1853 te Brussel.

   
                 
            Hier schrijft de nog maar net vijftigjarige Dumas zijn omvangrijke Memoires. Het is een werk van bijna 3.200 pagina's in 22 delen, vol beschouwingen en anekdotes. En dan te bedenken dat hierin slechts zijn leven wordt beschreven tot het jaar 1833. In de Brusselse periode verschijnen ook nog zes romans, twee geschiedkundige werken, twee reisboeken en beleven vier toneelstukken hun première.

W.F. Hermans, een groot bewonderaar van
Dumas, schrijft over deze
onvoorstelbare productiviteit: 'Dumas werkte soms
14 uur per dag en hield dat wekenlang vol;
hij vulde 20 pagina's per etmaal
nooit minder'.
........
                         



                               


terugkeer
naar
parijs

 
In 1853 keert Dumas terug naar Parijs. Zijn eerste wapenfeit is het oprichten van een eigen dagblad, 'Le Mousequetair'.
Hij verzekert zich van literaire medewerkers als Gérard de Nerval en Octave Feuillet, maar ook zijn voormalige tuinman Michel wordt één van de medewerkers:
'Ik heb de juiste man gevonden' roept Dumas:
'Michel kan niet rekenen,
ik zal hem tot kassier benoemen'.

Het blad wordt aanvankelijk een groot succes en heeft na korte tijd een oplage 10.000. Als feuilleton publiceert hij o.a. zijn nieuwste roman Les Mohicans de Paris.



Le Mousquetaire, 1855
            Het gemis aan rekenkunde van de kassier doet zich intussen nauwelijks gevoelen want de kassa was altijd leeg. Het gaat langzaam bergafwaarts en in 1857 valt definitief het doek voor 'Le Mousequetair'. Het succes van de schrijver in Parijs is tanende. Dumas besluit de hoofdstad de rug toe te keren en vertrekt naar Marseille.





                                 








reizen
                         
            Na een kort verblijf als
toneelproducent in
Marseille onderneemt
hij reizen naar
België en Engeland,
Zwitserland
en Noord-Afrika.

Op zijn vele reizen heeft
Dumas ook Nederland
aangedaan.
In de biografie
Alexandere Dumas,
his life and works
(A.F. Davidson, 1902)
staat vermeld
dat Dumas van de
Nederlandse kroonprins
een complimenteuze
brief ontving, vergezeld
van enige door een
Nederlands kunstenaar
vervaardigde taferelen uit
de Drie Musketiers.
In antwoord hierop
bezoekt Dumas het
inhuldigingsfeest - en naar
eigen zeggen - niet als
journalist, maar als vriend.

In mei 1849 publiceerde
Dumas hierover brieven in
de Revue de Paris.
In deze correspondentie
beschrijft hij zijn 'Reis
naar Amsterdam' en
'De Krooning van den
Koning van Holland'.
Het artikel dat de kroning
beschrijft verscheen
nog in hetzelfde jaar in
Nederlandse vertaling
onder de titel
'De Inhuldiging van
Koning Willem III'
(Wijtingh en van der Haart,
Amsterdam).
In zijn roman 'Les Mille et
Une Fantômes' verhaalt
Dumas nogmaals over zijn
Nederlandse avonturen.
De betreffende passages
zijn in Nederland in
1849 gepubliceerd in het
periodiek De Tijd onder
de titel 'Hoe Alexandre
Dumas naar Holland kwam'.

  Naast de onophoudelijke
publicatiestroom van
nieuwe romans en
toneelstukken die van
zijn hand verschijnen,
vestigt hij in 1857
te Parijs het
literaire tijdschrift
Le Monte-Cristo, dat
met een onderbreking
van anderhalf jaar
wekelijks
zou verschijnen tot eind
1862. Dumas was
niet alleen de
uitgever maar ook de
enige redacteur. Het blad
wordt geheel door hem
zelf gevuld. Hij geraakt
weer tot grote welstand
door een contract over
zijn verzameld werk
bij de beroemde uitgever
Michel Lévy.

Daarop reist hij
af naar Rusland en
onderneemt een grote
trektocht naar de
Kaukasus (1858-1859).
Het reisverslag wordt als
feuilleton in
Le Monte-Cristo
gepubliceerd. De reis
wordt een ware triomftocht.
Overal waar hij verschijnt
worden door de
notabelen en het volk
welkomstfeesten geven.
In 2014 verschijnt een
Nederlandse vertaling
onder de titel 'Reisverslag
van Alexandre Dumas
van Astrachan tot
de terugreis over de
Zwarte Zee'. Vertaald,
bewerkt en toegelicht door
Drs. Willem J. Th. Siskens.
 
           
            Na zijn trektocht door Rusland besluit Dumas in 1860 Amerika te bezoeken. Hij stelt een uitgelezen bemanning samen voor zijn eigen zeiljacht Emma. Ook zijn toenmalige maîtresse wordt - als jongmaatje vermomd - ingescheept. Tot de grote Odyssee zou het echter nooit komen, hoewel hij pas vier jaar later zou terugkeren naar Parijs. Toen Dumas op weg naar Amerika de haven van Genua aandeed, vernam hij dat Garibaldi - de Italiaanse vrijheidsstrijder - op het punt stond Italië aan de greep van de Bourbons te ontrukken. Daarop besteed Dumas zijn hele vermogen aan de opbouw van het leger van Garibaldi, en smaakt het genoegen als overwinnaar in het paleis van de verdreven Bourbons te trekken. De Bourbons, die vroeger zijn vader hadden gevangen en gefolterd.

Naderhand benoemt Garibaldi hem tot directeur van het Museum der Schone Kunsten in Napels. Hij leidt de opgravingen van Pompeji en richt het dagblad L'Independente op. Ook nu weer vult hij de krant van a tot z met eigen bijdragen: politieke hoofdartikelen, nieuws uit Rome, historische opstellen, proclamaties, polemieken en natuurlijk een feuilleton. Met wat hij in zijn dagblad schreef konden twintig kloeke boekdelen worden gevuld. In dezelfde periode schrijft hij de geschiedenis der Bourbons in elf delen, de roman 'La San Felice' en de gedenkschriften van Garibaldi. Als hij zich ten gunste van de republiek afzet tegen de nieuwe koning Victor Emanuel, keert het volk van Napels zich van hem af. Teleurgesteld keert Dumas daarop terug naar Frankrijk.

     
                         
           

Dumas (tweede van links) en
Garibaldi (eerste van links)
na de Slag bij Milazzo

       
     
         


                       

                               


                               
......
Maîtresses komen en gaan, soms meerdere tegelijk. Zijn zoon die een keurig burgermans bestaan leidt, maakt zijn vader daarover verwijten.
'Ik moet wel', protesteert Dumas père, 'als ik er slechts één zou hebben, zou ze binnen een week dood zijn'.

Op vijfenzestig
jarige leeftijd
begint hij een
verhouding met de
zesendertig jarige
Adah Menken,
een erudiete en
beroemde
bohémienne.
Een foto van het
paar wordt in 1867
gepubliceerd en
verwekt veel
opschudding.



,,,,




                       




   

 
Monument
voor
Alexandre
Dumas
van
Gustave
Doré
op
de
Place
Malesherbes
te
Parijs
Met het klimmen der jaren neemt ook zijn productietempo af.
Wel maakt hij nog veel reizen (Italië,
België, Oostenrijk, Duitsland en
Frankrijk). Hij verhuist opnieuw
en trekt in bij zijn dochter Marie
Alexandre. Hij koopt een oud
theater en laat daar zijn eigen
stukken spelen. Maar Parijs heeft
een nieuwe passie, operettes
van Offenbach en Hervé,
cabaret en Bals Masqués
zijn nu de trend. In de
literatuur maakt het
realisme opgang.
Hij wijkt met de
voorstellingen uit
naar de provincie,
waar zijn toneel-
gezelschap Troup
Dramatique
d'Alexandre Dumas
nog wel bijval oogst,
maar met de
grote roem
is het
gedaan.
De latere
romans
ontberen
de vlammende
energie
die zijn
vroegere
meesterwerken
zo zeer kenmerkte.
Parisiens et Provincaux uit 1868 wordt de laatste hoeksteen van zijn monumentale bouwwerk novellen en romans. Dumas was een culinair liefhebber en zelf een virtuoos kok: 'Ik wil mijn literaire werk van vijfhonderd boekdelen afsluiten met tenminste één kookboek' heeft hij vaak gezegd. Dit voornemen krijgt vlak voor zijn dood gestalte in Le Grand Dictionaire de Cuisine, een kolossaal werk vol bizarre recepten en merkwaardige geschiedenissen.

De laatste maanden van zijn leven brengt hij door in de huiselijke kring bij zijn zoon in Dieppe, alwaar hij in 1870 sterft. Op zijn sterfbed kijkt hij peinzend naar twee gouden munten die op tafel liggen, de laatste van zijn miljoenenfortuin, en zegt tegen zijn zoon: 'Iedereen zegt altijd dat ik zo'n verspiller ben geweest...... maar zie hoe verkeerd ik beoordeeld word. Toen ik voor het eerst in Parijs kwam had ik twee Louis d'Or in mijn zak en kijk..... ik heb ze nog'.

In een brief aan George Sand schreef Dumas Fils later: 'Er zijn er maar drie in deze eeuw: u, Balzac en hij. Daarna komt er niemand meer en zal er ook nooit meer iemand komen'. Dumas wordt overeenkomstig zijn wens begraven in zijn geboorteplaats Villers-Cotterêts. In zijn tweehonderdste geboorte jaar valt hem postuum het hoogste Franse eerbetoon ten deel. Op last van de Franse president Jacues Chirac wordt Dumas in 2002 bijgezet in het Pantéon te Parijs.







                             

                           
literaire kritiek




..............................................

 




.
De literaire kritiek is verdeeld over het werk van Dumas. De ene biograaf plaatst hem in de rangen van Balzac, Dickens, Tolstoi en Hugo (André Maurois), de ander rekent hem tot de lectuur (Michael Ross). In hedendaagse literaire naslagwerken wordt hem steevast verweten dat zijn werkoppervlakkig is en dat zijn karakters psychologische diepgang missen. Dumas-liefhebber Martin Ros merkt op dat 'de verteller de psycholoog verre overtreft, hij heeft zich in de literatuur gestort om er net als zijn leven een tweedimensionaal spektakel van te maken, het geheimzinnige driedimensionale ontbreekt', maar ook dat Dumas 'uitblinkt in een virtuoze en gevarieerde stijl, een ongeëvenaarde kwaliteit bezit voor intriges en dat zijn historische romans meer theatrale allure bezitten dan die van Walter Scott of Victor Hugo'.

Vast staat dat zijn werk in hoog aanzien stond bij zijn tijdgenoten als Hugo, Heine en Goethe. De meest gezag hebbende literaire criticus van de negentiende eeuw, C.A. Sainte-Beuve geeft Dumas de voorkeur boven Balzac. Ook W.F. Hermans rekent hem als een van de grondleggers van de Franse Romantiek tot de ware literatuur: 'Dumas was een echt schrijver die zich zonder scrupules toelegde op de amusementsindustrie'. In de nieuwste vertaling van 'De Drie Musketiers' (Pandora, 1996) schrijft de vertaler C.J. Kelk: 'Alexandre Dumas, de schrijver van dit omvangrijke boek, waarvan miljoenen genoten hebben, dat in alle talen is vertaald en dat volgens onze Louis Couperus de enige roman is die na honderd jaar nog gelezen zal worden, is een geheel op zich zelf staande figuur in de letterkunde. Hij is zo wel een man van de pen geweest als een man van de daad en zijnsgelijke laat zich nergens vinden'.

Hoezeer Dumas tot de verbeelding spreekt moge wel blijken uit het feit dat de biografische werken die over hem zijn verschenen een bibliotheek vullen van meer dan 2.000 delen.



  ...........  






             

                               

verspreiding.......

        Dumas was niet alleen in Frankrijk zeer geliefd maar ook in het buitenland. Velen van zijn romans werden kort na het verschijnen vertaald en beleefde internationale successen.

Een aantal van zijn beroemdste werken worden nu al meer dan 150 jaar over de hele wereld steeds weer opnieuw uitgegeven. Naast uiteraard in Frankrijk, werd ook in het Duitse en Angelsaksische taalgebied het complete werk van Dumas in de negentiende eeuw meerdere malen uitgegeven. In vele talen verschijnen met regelmaat nieuwe uitgaven. Op dit moment zijn
enige tientallen titels in het Duits en Engels verkrijgbaar.

...........
                    In vergelijking daarmee is de verspreiding in het Nederlands minder groots verlopen. Dumas dankt zijn huidige bekendheid in Nederland voornamelijk aan een handje vol bestsellers, waarvan de bekendste wel zijn:

-De Drie Musketiers
-De Graaf de
.Monte-Cristo
-De zwarte tulp
-De Parijse
-Bloedbruiloft


Toch zijn ook hier
- voornamelijk in de
19de eeuw - meer
dan 80 verschillende
titels uitgebracht.
Een feit dat in het
hedendaagse
Nederland in de
vergetelheid is
geraakt.


menno walsweer
1997
 









             
                     

                               

.......

 

 



...geraadpleegde literatuur:

  • André Maurois,
    Die Drei Dumas,
    Claasen Hamburg 1957
  • Arthur F. Davidson,
    Alexandre Dumas, his life and works
    Lippincott Philadelphia 1902
  • C.J. Kelk, inleiding
    De Drie Musketiers,
    Pandora 1996
  • Michael Ross,
    Alexandre Dumas,
    David & Charles London 1981
  • Fred Batten,
    inleiding Gabriel Lambert,
    Reflex Utrecht 1979
  • Prof. Dr. P. Geyl
    Franse Figuren,
    Wereldbibliotheek
    Amsterdam 1960
  • Mathias Oehme
    nawoord Die Dame mit dem Samthalsband,
    Eulenspiegel Belin 1988
  • Martin Ros,
    nawoord De Parijse Bloedbruiloft,
    Bigot & van Rossum Baarn
  • Willem Frederik Hermans,
    Literair Paspoort 1951
  • Eckermann,
    Gesprekken met Goethe,
    Privé-Domein, AP, Amsterdam